oi! het ware verhaal


“Wij zien punk als muziek voor bootboys. Oi! is arbeidersklasse en als je niet bij de arbeidersklasse hoort, krijg je een trap in je kloten.” – Stinky Turner (zanger van the Cockney Rejects) in 1980

 

“This generation won’t keep quiet/Work, work, work or RIOT!” – The Business, Work or Riot, 1981

“Deze generatie houdt zich niet rustig/Werk, werk, werk of RELLEN!”

 

“I like punk and I like Sham/I got nicked over West Ham”  - Cockney Rejects, Police Car, 1980

“Ik hou van punk en ik hou van Sham/Ik werd opgepakt bij West Ham.

 

"What we want is the right to work/Give us jobs not jails/Don't throw us on the scrapheap because your system fails." – The Gonads, Jobs Not Jails, 1980

 

“Wat we willen is het recht op werk/Geef ons werk, geen gevangenissen/Zet ons niet buitenspel omdat je systeem niet werkt.”


De handen op elkaar voor Oi! – de meest opwindende, verachte en onbegrepen jeugdbeweging ooit.


De eerste Oi!-compilatie van Garry Bushell
De eerste Oi!-compilatie van Garry Bushell

Na 39 jaar helpen we de sukkels nog steeds over de zeik.

 

In 1981 wist Oi! alle verschillende types van de beleefde politieke middenklasse, zowel links, rechts als midden, over de zeik te helpen.

 

 

Nog steeds zien de linkse hippies Oi! als een soort cultureel gezwel. Voor de gevestigde orde was Oi! een opgeschoten gozer die in een flat in een achterbuurt woonde en zich niet aan de regels hield. Hij was luidruchtig en walgelijk, een menselijke handgranaat met een dreigende minachting voor autoriteit.

Punks and herberts, straights and skins...
Punks and herberts, straights and skins...

Op hun best werden Oi!-bands en hun fans gezien als achterlijke barbaren die lachend in je koffie verkeerd stonden te zeiken. Op hun slechtst werden ze gezien als een soort moderne bruinhemden die verantwoordelijk waren voor de rellen in Southall, Toxteth en andere. Hoe dan ook, aan Oi! kon je je vingers beter niet branden.

 

Voor het snel pratende gajes dat de naam hun eigen maakte, was Oi! iets totaal anders. Als je naar de kern keek, ging het over jong zijn, arbeidersklasse en van niemand gezeik pikken. Het was anti-politie, anti-autoriteit, maar ook pro-Engeland. De meeste jongeren in de Oi!-scene hielden wel van knokken en, ja ok, dit is geen goedpraten, er was ook een extreemrechts element. Maar dit was 1980 en extreemrechts kreeg in de binnensteden 15 tot 20 procent van de stemmen. Het had dus een wonder moeten zijn als er geen sympathisanten van het National Front bij hadden gezeten. Wat telt is 1) het geweld dat men bij de eerste Oi!-concerten zag, was alleen voetbalgerelateerd. 2) de erfenis van Oi! is een wereldwijde straatpunkbeweging die vóór de arbeidersklasse is en tégen werkeloosheid en bureaucratie.

Rellen in Toxteth
Rellen in Toxteth

Toen het in de zomer van 1981 (toen het al ruim een jaar bestond) werd ontdekt door de massamedia, werd diezelfde media zwaar geschokt door weken van rellen en opstandige jongeren. Daarna kreeg Oi! in de kranten te maken met het soort vuilspuiterij dat normaal gesproken is voorbehouden aan lugubere massamoordenaars. De media verdraaide de betekenis van Oi! en probeerde het meteen naar de klote te helpen. Hun versie van de gebeurtenissen, hoe kan het ook anders, was zo waterdicht als een vergiet in een tropische regenbui. Ze schreven dat Oi! voor skinheads was (maar het was altijd veel meer dan dat), ze zeiden dat alle skins nazis waren (maar dat was een minderheid) en dat daardoor Oi! de NSB met stalen neuzen was (maar de bands waren of socialistisch of cynisch…).

 

Om Oi! echt te kunnen begrijpen, moest je erbij zijn…

The Clash - White Riot, een punkklassieker

De voorloper van Oi! was punk, net als de voorloper van punk de New York Dolls was. Maar het was niet hetzelfde. Om te beginnen was Oi! de realiteit van de mythologie van punk en Sham. Punk klapte tussen 1976 en 1979 op de scene omdat stadionrock te lang alleen met zichzelf was bezig geweest. De album top 40 stond vol met lamlendige synthesizer prutsers en pretentieuze zangers die betekenisloze pseudopoëtische teksten stonden uit te kramen.


Punk was anders. Het was rauw, bruut en sober. Punk verkocht zichzelf als de stem van de achterbuurten. Dat was het niet. De meeste lui van het eerste uur studeerden aan de kunstacademie en kwamen uit de middenklasse. De grote Joe Strummer van the Clash was zoon van en diplomaat. Hij flirtte met oudbakken stalinisme en zong in het nummer White Riot over witte rellen. Ondertussen woonde hij in een witte villa. Malcolm McLaren and Vivienne Westwood probeerden punk te intellectualiseren door er belachelijke, halfbakken ideeën aan op te hangen. Dat maakte het voor hen makkelijker sukkels te vinden waaraan ze hun te dure rommel konden slijten. 

Sham 69 uit Surrey wist als eerste band het groeiende gevoel van desillusie te vatten. Ze speelden muziek die leek op de fanatieke liederen die door de mannen op de tribunes werden gezongen. De straatpunks gingen over hun nek van zowel het gedrag van de neppers als van de oplichters op Kings Road. Maar wat wist Jimmy Pursey van Sham nu écht van jeugdgevangenissen, voetbal en werkeloosheid? Millwall Roi van The Last Resort overdreef het misschien een beetje, maar hij gaf wel aan wat mensen dachten toen hij zong: “Ik zou willen dat het iedere dag weekend is/Maar Jimmy Pursey krijgt zijn zin niet/Hij houdt wel van drinken, maar niet van vechten/Hij heeft godverdomme zijn huiswerk niet goed gedaan.”

 

Cockney Cowboys? Zoals iemand eens zei: “Het moet een verdomd sterke wind zijn geweest toen de klokken van Bow Church helemaal in Hersham te horen waren.” (een echte cockney is geboren in het gebied waarin de klokken te horen zijn. CC).  

Sham 69 - Angels with Dirty Faces


De mensen in de Oi!-scene hoefden niet net alsof te doen, zoals de eerste punks dat deden. Zij waren écht de mensen zonder toekomst. Lui die in sociale woningbouwprojecten woonden. De eerste punks hadden meestal gedaan alsof. De voorlopers van Oi! waren bands als Cock Sparrer, Menace, Slaughter and the Dogs en UK Subs. Hoewel geen van die bands zo succesvol was als Sham met hun harde vorm van punk die soms leek op meezingers uit het stadion. Ze haalden drie keer de top tien.

 

Voordat hij halfzacht werd, hielp hij de twee bands op weg die de grenzen en richting van de originele Oi! vaststelden: The Angelic Upstarts en de Cockney Rejects.

De zanger Tommy ‘Mensi’ Mensforth en gitarist Ray ‘Mond’ Cowie richtten the Upstarts op in de zomer van 1977. Dat was nadat ze zwaar onder de indruk waren geraakt van de White Riot tour van the Clash.

 

Nadat hij van school was gegaan, werkte Mensi als leerling mijnwerker. Het oprichten van de band was zijn vluchtroute uit de mijnen. Mond werkte tot hun eerste optreden als elektricien op een scheepswerf. De originele drummer en bassist stopten ermee toen er bij hun eerste optreden nogal wat geweld uitbrak. Ze werden vervangen door Stix en metselaar Steve Forsten. Al snel namen ze Keith Bell aan, een zelfbenoemd voormalig gangster en ooit bokskampioen in het superweltergewicht van de North Eastern Countries. Hij werd manager, uitsmijter en bodyguard. Alleen al door zijn reputatie wist hij bij optredens de orde te bewaren.

Als snel trokken ze de aandacht van de politie van Northumbria. Die volgde de beginnende loopbaan van de band als een irritante klopgeest. Dat kwam door hun debuutsingle The Murder of Liddle Towers. Liddle was een amateurbokser die overleed aan verwondingen die hij had opgelopen tijdens een nacht in de cel. Het onderzoek praatte het goed, maar the Upstarts noemden het moord. Het nummer werd door de muziekpers goed ontvangen, maar de smeris was er niet over te spreken en concerten werden geïnfiltreerd door stillen. Er werden aanklachten voorbereid wegens het oproepen tot geweld, maar omdat de pers erbovenop zat, zagen ze ervan af. 

Angelic Upstarts - The Murder of Liddle Towers, Liddle werd in de cel vermoord door de politie 


Angelic Upstarts - Police Oppression

Officieel liet de politie de zaak vallen, maar achter de schermen ging het lastigvallen gewoon door. The Upstarts lachten uiteindelijk het laatst. Ze lulden een gevangenispastoor om zodat ze in de Acklington gevangenis konden spelen (het ironische was dat Keith Bell daar zijn laatste straf had uitgezeten). Er kwamen 150 gevangenen opdagen. Ze zagen een Britse vlag met daarop de woorden ‘Upstarts Army’, een gebalde vuist en het motto ‘Weg met de rechtsorde!’. Verder hadden ze nog een varken met een politiehelm op met de naam Agent Klote Smeris. De gedetineerden genoten van de ram-bam herrie van rebelse nummers zoals Police Oppression, We are the People en een aangepaste versie van Borstal Breakout met de titel Acklington Breakout.


Artikel uit een fanzine over het optreden van de Upstarts in de gevangenis
Artikel uit een fanzine over het optreden van de Upstarts in de gevangenis

The Daily Mirror kopte met ‘Punks Rock a Jailhouse’. De directeur en de plaatselijke conservatieven gingen door het lint. Er kwam naar buiten dat Mensi de gevangenen had verteld dat als Thatcher die zomer verkozen zou worden ze beter in de bak konden zitten.

 

Het scherpe populisme van de band en hun brute post-Sham punk trok in het noordoosten een enorm publiek van jongeren uit de arbeidersklasse, de zelfbenoemde Upstarts Army. De band tekende een contract bij Polydor, maar werd ook weer ontslagen. Toen iemand van de beveiliging de band lastig viel, vocht Mensi het uit met die beveiliger. Die gast ging neer als een zak aardappelen. Als snel tekende de band bij Warner Brothers waar ze in april 1979 de single I’m an Upstart uitbracht en daarna de LP Teenage Warning.

 

De Cockney Rejects waren ook het echte werk. Dit waren de zoons van havenarbeiders in de East End van Londen. Maar hun muziek was niet politiek. Hun nummers gingen over het leven in de East End, kroegen, knokpartijen, intimidatie door politie en voetbal.

Cockney Rejects - Police Car

Ik ontmoette ze voor het eerst in mei 1979. Twee stoere gastjes met buttons van West Ham kwamen mijn stamcafé binnen en drukten smoezelige demotapes in mijn hand. Daarna bracht ik ze in contact met Jimmy Pursey, die hun eerste echte demotape produceerde. Deze nummers stonden later op hun debuut EP Flares and Slippers, waar ook het essentiële lijflied van straatjongeren op staat, Police Car. Het verkocht verbazingwekkend goed en ze kregen van New Musical Express de bijnaam ‘De brainstormende voorhoede van de punkvernieuwing uit East End’.


Die jongens waren de gebroeders Geggus, Micky en Jeff. De laatste zou al snel bekend staan als Stinky Turner. Beiden waren goede boksers. Ze waren nog nooit neergegaan in de ring. Jeff had ook nog voor het Engelse jeugdteam gebokst. Het verhaal van de Rejects begon in de zomer van 1977 toen Micky geïnspireerd raakte door God Save the Queen van the Pistols. Ze speelden als the Shitters in tuinen in hun buurt Canning Town. Ze vormden pas echt een band toen de 21 jarige Vince Riordan er in 1979 bij kwam. Hij was lid van de I.C.F. en zijn oom was de bekende gangster Jack ‘The Hat’ McVitie.


Mick en Jeff met rechts de legendarische Hoxton Tom van The 4-Skins
Mick en Jeff met rechts de legendarische Hoxton Tom van The 4-Skins

Live kwam de band aan als een horde op hol geslagen neushoorns. Het voorhamergitaargeluid van Micky was de hoeksteen van hun harde, melodische en woeste aanval. Scholier Stinky (toen 15 jaar) deed pijn aan je ogen. Hij trok de lelijkste bekken die je ooit hebt gezien en produceerde een boosaardige herrie. Ik was de eerste manager van de band, maar later boekte ik ze over naar Tony Gordon. Achteraf gezien was dat slecht voor de band. Ze hadden iemand nodig die harder en slimmer was dan zij. Dan had hun energie in een ietwat, eeeh, zeg maar, artistieke richting kunnen worden gestuurd.

Met Tony Gordon maakte de carrière van de Rejects een korte vlucht, maar stortte daarna neer en brandde uit. Hun tweede single Bad Man was fantastisch, maar die kwam maar net in de hitlijsten terecht. Het volgende nummer The Greatest Cockney Rip off deed het beter en haalde de Top 30. De eerste LP Greatest Hits Vol 1 verkocht net iets meer dan 60.000 exemplaren. 

Cockney Rejects - Bad Man


Hoxton Tom McCourt (van The 4-Skins), Carlton Leach (ICF), Gary Dickle (ICF) en Vince Riordan (ICF en Cockney Rejects) in de Moonlight Club, West Hampstead, 1980.
Hoxton Tom McCourt (van The 4-Skins), Carlton Leach (ICF), Gary Dickle (ICF) en Vince Riordan (ICF en Cockney Rejects) in de Moonlight Club, West Hampstead, 1980.

In tegenstelling tot the Upstarts, bestond de aanhang van de Rejects niet vooral uit skinheads. Sterker, in het begin vonden skinheads de band niet goed. Behalve dan de schoolmaten van Stinky, the Rubber Glove Firm. De aanhang van de Rejects kwam uit het voetbalstadion en bestond grotendeels uit gasten van West Ham. Ze werden aangetrokken doordat Vince in de band speelde. Beroemde gezichten waren onder andere Gary Dickle, Johnny Butler, Carlton Leach, Andy Russell, Andy Swallow, Hoxton Tom, Binnsy, H en Wellsy. Zelfs al in november 1979 was hun support bij de Hammers zo groot dat je bij wedstrijden op televisie kon horen dat er “Cockney Rejects…oh oh” gezongen werd. Later kwamen de mannen van de East End Glory Boys er nog bij. Ze kwamen erachter dat er nu voor het eerst een band was die precies zo was als zij.

De ICF, in de jaren tachtig een van de hardste firms van Engeland
De ICF, in de jaren tachtig een van de hardste firms van Engeland

De eerste zelfstandige Oi!-scene ontwikkelde zich rond the Cockney Rejects en hun vaste podium in de Bridge House in Canning Town in oost Londen. Het werd het middelpunt van een subcultuur. In 1980 was dit hét leven!

 

Als groep waren het natuurlijke conservatieven. Ze waren patriottisch, trots op hun afkomst en hun nabije cultuur. Ze zagen er goed uit en kleden zich strak. Het was belangrijk om er niet onverzorgd of als student uit te zien. Hun helden waren boksers en voetballers. Ze hielden ervan om te vechten bij voetbalwedstrijden en de I.C.F. van West Ham was bij de meeste van hun concerten voltallig aanwezig. Het waren keiharde gasten en de meiden waren net zo hard. Het waren echter geen sukkels. De meesten waren slimme jongens en een verrassend aantal van hen heeft een mooie loopbaan opgebouwd in de meest uiteenlopende takken. Van de muziekindustrie tot porno en de textielindustrie.

 

Dat zijn natuurlijk degenen die niet in de bak terechtkwamen...

De mensen voelden zich verbonden met de Rejects omdat de band in die tijd hetzelfde was als hun publiek. Zelden in de geschiedenis van de rockmuziek is er een band geweest waarvan de aanhangers zoveel op de band leken.

 

De Rejects en the Upstarts hadden ook genoeg gemeen: zelfde management, zelfde ervaring met de smeris, zelfde achtergrond als arbeiders. Daardoor werden ze door de muziekpers gezien als iets nieuws, een meer klassenbewuste variant van punk.

 

Er moest wel eens geknokt worden, maar bij de meeste optredens van de Rejects waren er geen problemen. Vooral niet als ze in de Bridge House speelden. Dat was voor Oi! wat de Roxy ooit voor punk was. De eigenaar was Terry Murphy met zijn harde zoons die allebei boksten. In de Bridge House waren nooit grote knokpartijen. Niemand durfde wat verkeerd te doen bij de Murphys.

Ook the Angelic Upstarts moesten wel eens knokken. Ze wonnen enkele harde veldslagen. Hun problemen kwamen vooral van hun manager Keith Bell. Toen hij lastig werd, werd hij door de band ontslagen. Bell en zijn handlangers probeerden fans van de Upstarts te intimideren. Ze vielen zelfs mensen aan die hun platen wilden kopen. Toen ze de moeder van Mensi bedreigden en bij haar vernielingen aanrichtten, was de maat vol. Represailles bestonden uit het inslaan van de ruiten van Bells auto en een huisbezoek van Deccas vader. De zwager van Mensi schoot een van Bells handlangers in zijn been met een shotgun met afgezaagde loop. Het eindigde uiteindelijke met enkele gevangenisstraffen en een jaar voorwaardelijk voor Deccas vader.

Bij de Rejects was voetbal het probleem. Dat was wel te begrijpen want vanaf het eerste moment al waren ze fanatiek voor West Ham en geweld. Zelfs al bij hun debuut in de Bridge House hadden ze op het podium een grote Britse vlag hangen met daarop de gekruiste hamers en de tekst ‘West Side’, op dat moment het favoriete vak van de meest gewelddadige fans van West Ham. De band had in de aanloop naar de FA Cup finale met West Ham in 1980 een hit met het clublied Bubbles. Op de B-kant stond het nummer West Side Boys over de I.C.F. met onder andere de volgende tekst: We meet in the Boelyn every Saturday/Talk about the team that we’re gonna do today/Steelcapped Dr Martens or iron bars/Smash the coaches or do ‘em in the cars – (We gaan iedere zaterdag naar de Boelyn Pub/We praten over de club die we vandaag gaan pakken/Dr Martens met stalen neuzen of stalen pijpen/Trap hun bussen in elkaar of pak ze in hun  auto’s).

Cockney Rejects op Top of the Pops, een hoogtepunt voor de band. Vince en Micky hadden voor de opnames teveel tijd gehad om te drinken


Vooral dit nummer werkte buiten Londen tegen de Rejects

Het was een rode lap voor iedere met testosteron gevulde stier in het land. In de Electric Ballroom in noord Londen vielen 200 man van West Ham minder dan 50 man van Arsenal aan en beukten ze zo de zaal uit. Maar extreem geweld in Birmingham werd echt hun ondergang.

 

Het publiek in de Cedar Club bestond onder andere uit een groep skinheads van Birmingham City die tijdens heel het voorprogramma stadionliederen zongen. Tegen de tijd dat de Rejects op het podium kwamen, stonden er 200 Brum City skins bij het podium de band uit te schelden. Tijdens het tweede nummer begonnen ze plastic bekers te gooien. Toen klapte er een echt glas op het podium. Stinky Turner reageerde door te zeggen: “Als er iemand glazen wil gooien, dan moet hij even mee naar buiten komen dan sla ik hem helemaal de tering.” Dat was het dan, glazen en asbakken vlogen van alle kanten het podium op. Eén ervan raakte Vince en toen een Brum skinhead ‘kom dan!’ begon te roepen, dook Micky het publiek in en sloeg hem neer. 


Achter vlnr Dave Tregunna van Sham 69 , Vince Riordan van Cockney Rejects en ICF, Grant Fleming , Jimmy Pursey van Sham 69 , onbekende vrouw, Bruce Foxton bassist The Jam. Vooraan Gary Dickle & Binnsy beiden ICF
Achter vlnr Dave Tregunna van Sham 69 , Vince Riordan van Cockney Rejects en ICF, Grant Fleming , Jimmy Pursey van Sham 69 , onbekende vrouw, Bruce Foxton bassist The Jam. Vooraan Gary Dickle & Binnsy beiden ICF

Hoewel ze tien tegen één in de minderheid waren, wisten ze de groep door de zaal terug te dringen en uiteindelijk helemaal naar buiten te slaan. Door een hagel aan projectielen liep Micky Geggus een hoofdwond op waar negen hechtingen voor nodig waren. Hij heeft daar boven zijn rechteroog een litteken in de vorm van een Fred Perry teken aan overgehouden. Grant Flemming, een veteraan van beruchte rellen van Sham 69 in Hendon en Madness in Hatfield, beschreef het geweld van die avond als het ergste dat hij ooit heeft gezien.

Nadat alles was afgelopen, kwamen de overwinnaars erachter dat hun materiaal was gejat, totale waarde meer dan €5000. De volgende dag gingen de Cockneys op zoek naar hun spullen. Er waren incidenten in Albury, waar Micky Geggus, drie plaatselijke gozers en een ijzeren pijp bij betrokken waren. Micky werd aangeklaagd voor zware mishandeling, maar hij had alle geluk van de wereld dat hij met een voorwaardelijke straf de deur uit liep.

Cockney Rejects - Urban Guerrilla 

Birmingham betekende wel het einde van de Rejects als tourband. Ze moesten een optreden in Liverpool afzeggen toen er letterlijk honderden bewapende hooligans uit Liverpool op zoek waren naar een confrontatie. In het begin leek Micky het fantastisch te vinden. De tweede LP van de band heette verassend genoeg Greatest Hits Vol 2. Op de hoes stond de volgende tekst: Van Schotland tot aan Cornwall, we sloegen ze in elkaar en pakten ze allemaal. Op het nummer Urban Guerrilla sprak hij de volgende woorden: “Some folk call it anarchy/I just call it fun/Don’t give a fuck about the law/I wanna kill someone (Sommige mensen noemen het anarchie/Voor mij is het gewoon lol/Ik geef geen reet om de wet/Ik wil iemand vermoorden). Ik? Ik denk dat hij het meende. 


The 4-Skins in de Bridge House
The 4-Skins in de Bridge House

Elders was er onder invloed van the Upstarts en de Rejects een tweede generatie hardcore Oi!-bands ontstaan. Criminal Class en Infa Riot werden geïnspireerd door the Upstarts terwijl de venijnige The 4-Skins, Red Alert en herrieschoppers the Exploited zeiden dat de Rejects hun belangrijkste invloed was. In Londen werd een hele rits nieuwe bands opgericht rond de Rejects. Een nieuwe beweging werd van de grond af opgebouwd.

 

Ik noemde het Oi!

 

Oi! is en blijft een Cockney kreet waar je geheid de aandacht mee trekt. Stinky Turner riep het altijd bij het begin van nummers, in plaats van het gewoonlijke 1,2,3,4.

Het legendarische nummer Chaos van The 4-Skins

Toen ik in 1980 voor EMI de LP Oi! The Album samenstelde, waren er steeds meer bands die hun demotapes opstuurden. Je had Blitz, The Strike en Demob. Maar de eerste band die de Rejects echt naar de kroon kon steken was The 4-Skins. De band bestond uit Gary Hodges, Hoxton Tom, Steven Pear en John Jacobs. Hun bekendste nummer was Chaos een horrorfilmscenario van stedelijke chaos en overname door skinheads. Maar de meeste van hun drie minuten durende nummers gingen over werkeloosheid, intimidatie door politie (ACAB, Wonderful World), eigenwaarde (Sorry) en de klassenmaatschappij (One Law for Them).


Zowel The 4-Skins als Infa Riot wilden leren van de fouten van de Rejects. Ze wilden vrij blijven van problemen door voetbal en politiek. Leden van de bands hielden van verschillende teams en hielden er verschillende politieke denkbeelden op na. Bands die beïnvloed waren door the Upstarts speelden op Rock Against Racism (RAR) optredens. The 4-Skins deden dat niet. Ze wilden geen propagandamateriaal zijn voor communisten. 

The 4-Skins - A.C.A.B. duidelijk verhaal


Tijdens een bespreking met de bands in januari 1981 was iedereen het erover eens dat er benefietconcerten moesten worden gespeeld. Stinky was fel tegen politiek en politici. Mensi vond dat Labour nog steeds voor de arbeiders stond. Uiteindelijk waren ze het erover eens dat de Britse vlag weer voor het volk moest worden, en eeh, dat was het dan wel zo'n beetje.

ICF, hooliganboeken, hooligans, Cass Pennant
De bestseller van Cass Pennant

Over het algemeen gezien was een fenomeen uit de blanke arbeidersklasse. Donkere jongens die Oi! volgden, waren voornamelijk cockneys, zoals de beruchte/beroemde Cass Pennant (twee van zijn boeken in het Nederlands vertaald te koop op deze site). De Oi!-bands deden niet aan politiek en de problemen die zich bij de eerste concerten voordeden, waren voornamelijk voetbalgerelateerd. Het enige waar het bij Oi! over ging was de klassenmaatschappij. In het eerste half jaar waren er maar twee grote geweldsincidenten. Bij de New Punk Convention, met onder andere Infa Riot en the Upstarts, vochten de Poplar Boys van West Ham het uit met een kleinere firm van Arsenal.

In maart 1981 speelde Infa Riot in west Londen samen met Millwall skinheadband the Last Resort. Bewapende fans van Queens Park Rangers gesteund door Ladbroke Grove Skins belegerden de zaal op zoek naar West Ham. De Oi!-fans van de Hammers zaten echter veilig in Upton Park te kijken hoe hun jongens het tegen een Russisch team opnamen.

Infa Riot - Kids of the 80s

Dé klassieker van The Last Resort - Violence in our Minds


De winkel The Last Resort in Goulston Street oost Londen. Het was er altijd druk op de zaterdag en zondag
De winkel The Last Resort in Goulston Street oost Londen. Het was er altijd druk op de zaterdag en zondag

The Last Resort was een skinheadband uit zuid Londen die was opgericht rond de winkel The Last Resort in Petticoat Lane in oost Londen. De band werd gefinancierd door de eigenaar van de winkel, Michael French. Zij zagen ook dat Oi! groter was dan alleen skinhead. Volgens Millwall Roi, de zanger van the Last Resort, moesten de bands het voetbal loslaten. 

 

Ondertussen werden er allerlei plannen gemaakt om Oi! te kunnen laten groeien en bij een groter publiek onder de aandacht te brengen. In enkele meetings werd besproken hoe men een en ander voor elkaar zou kunnen krijgen. Punk Lives noemde het ‘een blik op de toekomst die Oi! had kunnen hebben’.

Toen The 4-Skins, the Last Resort en the Business zes dagen later samen optraden in de Hamborough Tavern in Southall, zorgden de rellen die er plaatsvonden en de hysterische krantenartikelen die volgden ervoor dat de kans dat Oi! ooit een eerlijke kans zou krijgen voorgoed was verkeken.

 

Toen in 1981 tijdens de Zomer van Ontevredenheid de teringzooi uitbrak, geloofde ik echt dat de waarheid boven tafel zou komen. Dat er om de lastercampagne tegen de Oi!-bands zou worden gelachen, net als ooit bij the Sex Pistols en The Clash. Het hele idee dat de bands naar Middlesex waren gegaan om rassenrellen te beginnen, was absurd.

Wat wel hielp bij de ondergang van Oi! was dat de beweging een diepgewortelde haat tegen de middenklasse had. Vooral tegen trendy linkse figuren. Daarmee haalden ze zich niet alleen de woede van de rechtse gevestigde orde op de hals, maar vervreemden ze zich ook van de linkse media, die vooral uit figuren uit de middenklasse bestond. Naast mij, was er verder niemand die het opnam voor de bands.

 

De Oi!-bands en hun fans hadden zich schuldig gemaakt aan de allerzwaarste misdaad: ze waren blank, arbeidersklasse en gefrustreerd.

Het bewijs tegen Oi! leek sterk; de rellen in Southall en de LP Strength Thru Oi!. Het concert in de Hamborough Tavern in Southall was georganiseerd door fans van The 4-Skins uit west Londen. Die hadden er genoeg van om iedere keer naar de East End te reizen om de bands te kunnen zien. De kranten beschreven sinistere beelden van skinheads die met busladingen tegelijk naar deze voornamelijk Aziatische wijk werden gebracht. FEIT: er waren maar twee bussen gehuurd door the Last Resort, dat deden ze altijd voor hun fans als ze ergens buiten het zuiden van Londen speelden. De televisie- en radioverslagen gaven het idee dat skinheads een veldslag uitvochten met de Aziatische jongeren én de politie. FEIT: de Oi!-fans waren allemaal binnen in de Tavern en keken naar de bands toen de eerste benzinebom door het raam naar binnen vloog. De smeris beschermde de jonge Oi!-fans. De pers zei dat de vreedzame Aziatische gemeenschap spontaan in opstand was gekomen toen rechts extremistische indringers hun stadsdeel terroriseerden. FEIT: er was die avond maar één incident waarbij een jonge skinhead iemand in een snackbar had beledigd.

The 4-Skins - Evil


De enorme hoeveelheid benzinebommen die werd gebruikt door de Aziaten gaf het idee dat ze al een paar dagen een voorraad aan het aanleggen waren. Die jongeren waren honderd procent in de aanval. Jonge Oi!-fans die met de bus op weg waren naar het optreden werden door Aziatische jongeren aangevallen. Een busje met fans uit Lewisham werd zonder provocatie aangevallen door mannen met zwaarden. De plaatselijke gemeenschap zou binnen een week weer rellend de straat op gaan. Deze keer waren er geen buitenstaanders om de schuld aan te geven

 

Het idee dat de bands naar Southall waren gegaan om daar met opzet rassenrellen te laten uitbreken en op die manier later geld te kunnen verdienen aan de publiciteit is belachelijk. De manager van The 4-Skins, Garry Hitchcock, zei: “Als we echt naar Southall waren gekomen om de boel te slopen, waren we wel met echte kerels gekomen en hadden we alle meiden en jongens thuis gelaten.”

Hoxton Tom en Millwall Roi
Hoxton Tom en Millwall Roi

“Mensen vroegen waarom de bands in Southall speelden”, vertelde Hoxton Tom, “maar je moet je voorstellen dat in die tijd ieder concert welkom was. Niemand had er ook maar één minuut aan gedacht dat daar problemen van zouden komen. The Business had daarvoor al in Brixton gespeeld. The Last Resort speelde in Peckham, wij speelden vaak in Hackney, en dat zijn allemaal buurten met een overwegend zwarte bevolking. Toch waren er bij die concerten nooit problemen. Om te kunnen groeien, moest Oi! wel uit de East End komen.

 

Voor de massamedia waren de gebeurtenissen van 4 juli een godsgeschenk: tuig, immigranten, anarchie, de politie. Maar het Oi!-publiek was er niet zo happig op. Toen ze in de gaten kregen dat het echt uit de hand zou lopen, probeerden de bands via de politie te onderhandelen met de Aziatische Southall Youth Movement. Die wilden niet praten. “Wij wilden geen problemen”, zegt Tom, “maar dat was het enige dat zij wilden.” Toen we werden aangevallen had de Oi-polloi geen andere optie dan een verdedigend achterhoedegevecht te voeren en zich terug te trekken. The Hamborough Tavern werd tot de grond toe afgebrand. Daarna begon de pers de feiten te verdraaien.

Volgens sommige berichten werden er de volgende ochtend rechtse haatfolders gevonden in de uitgebrande busjes. Waar waren die folders op gedrukt, asbest? Er kwamen zelfs reporters naar de Bridge House die probeerden jongeren om te kopen om met de rechterarm omhoog voor de camera te poseren. Een van die lui werd door Si Spanner de tent uit gegooid. Maar wie gaf er iets om de waarheid? Rellende skins zorgden voor schokkende krantenkoppen.

 

De rellen in Southall hadden nog veel erger kunnen worden. Tientallen Oi!-fans werden door de politie weggestuurd nog voordat ze bij het concert waren. Waaronder ook de Indische collega van Hoxton Tom.

De tweede Oi! compilatie
De tweede Oi! compilatie

Ik neem de volle verantwoording voor Strength Thru Oi! de tweede Oi!-compilatie. De titel was door mij verzonnen. Maar het was geen bewuste woordspeling op de slogan Strength Through Joy (Kraft durch Freude). Wees eerlijk, wie wist dat nou? Hoeveel mensen van mijn leeftijd waren op de hoogte van slogans die men slaakte in het Derde Rijk? The Skids hadden eerder dat jaar een EP uitgebracht die Strength Through Joy heette en daar baseerde ik de woordgrap op. Het feit dat er op heel de plaat geen enkele racistische uiting staat, scheen niet uit te maken.

Blitz - Nation on Fire vertelt precies wat er op dat moment gebeurde in de Britse steden

Southall bleek de katalysator voor een serie rellen tegen de regering. De Oi!-bands lieten er geen twijfel over bestaan aan welke kant ze stonden. The 4-Skins, Blitz en The Violaters steunden de volksopstand met nummers als One Law For Them, Nation on Fire en Summer of ’81.

 

Het was lastiger om de waarheid in de kranten te krijgen. John Glatt, een freelance journalist, kwam langs en sprak langdurig met skinheads en schreef een positief verhaal voor News of the World. Zijn verhaal werd ingekort en gewijzigd zodat het een goedkoop, sensationeel prutsverhaal was geworden.


De derde Oi! compilatie
De derde Oi! compilatie

Eind augustus 1981 stelde ik de derde Oi! LP samen, Carry on Oi! Deze werd uitgebracht door Secret Records in oktober 1981. Van de eerste uitgave werden 35.000 exemplaren verkocht. Daarna werd het vinyl nog goud en werden er nog duizenden extra verkocht op cd. Dezelfde maand klapte The Exploited in de Top Veertig met Dead Cities. The Business kwam met hun debut single Harry May/Insurance Blacklist. In de periode van september ’81 tot eind ’82 kwamen de beste Oi!-platen uit. Dat was dankzij Secret en het uitstekende label No Future met tweeëntwintig singles van bands als Blitz, the Partisans, Red Alert, Peter & the Test-Tube Babies en the Violaters, de Clockwork Orange band uit Derbyshire.

 

Helaas kon men dit succes niet doortrekken naar de straat. The 4-Skins gingen uit elkaar en begonnen opnieuw met een andere line-up. Uiteindelijk was Hoxton Tom nog het enige originele bandlid en de verkopen waren teruggelopen tot vrijwel nul. In 1984 gingen ze voorgoed uit elkaar. 

The Violators - Summer of 81

De Rejects werden in ’81 door EMI de laan uitgestuurd. Ze stapten over van Oi! naar heavy metal en speelden ruim tien jaar helemaal niet meer. The Upstarts ploeterden door en speelden in ’82 nog in Amerika, maar muzikaal gezien gingen ze naar de klote.

 

Helaas had The Last Resort te lijden onder de acties van hun fans uit Londen, toen die in Kings Lynn de pub the Stanley Arms kort en klein sloegen. Dit was vrijwel dezelfde groep die betrokken was bij een door de BBC gefilmde knokpartij met plaatselijke skins in de Benny Club in Harlow. Beide incidenten vonden plaats in januari ’82. Dat was in de tijd dat iedereen probeerde te bewijzen dat Oi! meer was dan alleen knokken. The Last Resort stopte ermee en kwam later terug als The Warriors, maar ze waren onvoldoende gemotiveerd om verder te bouwen op hun kwaliteiten.

East End Badoes - Poplar Boys

De Britse Oi!-scene kwam er eigenlijk pas weer een beetje bovenop toen in 1986 Link Records werd opgericht. Die gaf bands als Section 5 en Vicious Rumours een platform. Maar ook Link kon de neergang niet stoppen. In Engeland ging Oi! uit als een nachtkaars en er braken lange, magere jaren aan.

 

In Amerika zag men Oi! voor wat het was: een specifiek soort arbeiderspunk. Hardcorebands zoals Agnostic Front waren de eerste die the Business vroegen om daar op te treden. De eerste Oi!-band in Amerika was Iron Cross, dat in 1981 in Washington werd opgericht. Later kwamen daar bands als Warzone en The Press bij. Maar halverwege de jaren negentig ging het pas echt van start met bands als de Dropkick Murphys uit Boston en enkele andere. De katalysator was The Business. Hun plaat The Thruth was de hoeksteen van de nieuwe Streetpunkscene. Steve Whale nam de beste dingen van Oi!, de straatmentaliteit, de kameraadschap van de tribunes, de stadionliederen en maakte daar iets nieuws en opwindends van.

Agnostic Front - Gotta Go

In Engeland was Oi! zoals we het voor het eerst leerde kennen in ’82 al dood. Het had nooit de ruimte gekregen om te groeien en de voorhoede verdween met stille trom van het toneel. Hier kan ik een citaat van Mao gebruiken: het was als een stroom, zolang het water blijft bewegen, blijft het gezond, maar als het dichtslibt en tot stilstand komt, komt alle stront bovendrijven. De stroom was voor Oi! definitief dichtgeslibd. De vierde Oi! LP was niet goed en de bands die eraan meededen lieten blijken dat ze niet origineel genoeg waren of te zwak. In het geval van Terry Hayes en Skully met de East End Badoes waren ze te beperkt omdat ze een publiek aanspraken in twee vierkante kilometer Poplar. Dat is niet genoeg om iets te kunnen betekenen. Er waren nog wel wat bands die doorgingen in ’83 en ’84, maar het was niet genoeg om de scene in leven te houden.

 

De beste mannen van de generatie uit 1981 werden Casual. Een paar werd zelfs rockabilly. De rest van de scene veranderde in een politiek slagveld.

Section 5 - Every Saturday

In 2001 stelde het Amerikaanse rocktijdschrift een top 50 samen van de meest invloedrijke punkplaten ooit. Oi! The Album, de plaat die ik 21 jaar geleden voor EMI compileerde, stond erin. Men zei er het volgende over: “Oi! was punk, maar dan vereenvoudigd tot hilarisch pakkende meezingers en een trap in je kloten.”


Zal Oi! ooit respectabel worden? Ik betwijfel het. Maar dit weet ik wel: de beweging waarvan New Musical Express ooit zei dat ik die had ‘uitgevonden’ is aan het eind van haar vierde decennium nog steeds springlevend. Zowat alle Oi! bands die ooit hebben bestaan, zijn weer bij elkaar. De boodschap is nog steeds onveranderd. De zelfbenoemde definitie van Oi! ‘lol trappen en je stem laten horen’ sloeg de spijker op de kop. Er werd wat afgelachen door de straatschoffies die pinten en pillen achterover sloegen in de pubs, die losgingen in de stadions en genoten van de rock’n’roll bij de concerten. Oi! liet zich ook horen tegen de onrechtvaardigheid waarmee de jongeren uit de  arbeidersklasse te maken hadden. Van daaruit gezien was Oi! écht de stem van de achterbuurten, een megafoon voor straatjochies zonder toekomst. Op haar best ging het verder dan protest en werd er gedroomd van een beter leven; maatschappelijke veranderingen; de jongeren verenigd…


 The Business - Hardcore Hooligan

Cockney Rejects - Oi! Oi! Oi! 

Dit artikel is een samenvatting van The Story of Oi! van Garry Bushell. Het originele artikel is te lezen op http://www.garry-bushell.co.uk/storyofoi.htm#.